Overleven in een donkerbruine soep met kamperen

Leestijd: 4 min 7 sec

Ik neem een flinke hap lucht en zet mezelf ertoe om vanuit het veilige zonlicht het donker in te stappen. De kinderen hoor ik luidkeels naar de bedden toe sprinten. Het hout klinkt dof onder hun voeten. Ik weet dat het een 10-persoonstent is, dat er een houten bedstede zal zijn, en stapelbedden en lits jumeauxs. Ik ontwaar een grote eettafel, bruin net als de stoelen en de vloer. Weinig contrast dus.
Dan zie ik de olielampen glinsteren in het licht dat schaars van buiten komt. Boven het keukenblok hangen lepels en pannen. Vlak voor me staat de houtkachel, blijkt na een minuut of 3. Daar mogen we de komende week op koken, wat natuurlijk uren gaat duren en dan in dit halfdonker. De tijd vertraagt, in een entourage wat 100 jaar terug lijkt te gaan, een plek waar historie en glamping, het luxe kamperen want het is een kant-en-klare tent met WC, samenkomen.

Met het verstrijken van de tijd begin ik de plattegrond uit te tekenen, onthoud ik het aantal stappen van ons bed naar het houten hok dat de wc herbergt. De boerin heeft mijn man inmiddels het een en ander uitgelegd en is vertrokken. De gordijntjes lichten als enige wit op te midden van de donkerbruine brij waar ik mij in rondwentel. Mijn geheugen zet ik hard aan het werk, de tast gooi ik vol open, wetende dat ik geduld, vooral veel geduld, zal moeten opbrengen om de boerentent mij eigen te maken. Het is weer meerdere dagen revalideren aan het begin van de vakantie, verzucht ik.

We slapen voor een week in een Boerenbed bij de familie Smale op Het Wesselink. Mijn ouders hebben ons getrakteerd op deze kampeervakantie, wetende dat we een pittig jaar met de verhuizing op ons af krijgen en we flink sparen voor het nieuwe huis. Dit Boerenbed is de enige tent die deze zomer nog beschikbaar is voor ons gezin met 4 kinderen. Ik ben blij met hun geschenk en neem de donkere tent op hun koop toe, wetende dat als ik op de Camino elke nacht in een andere hostel, in soms nog duistere kamers, heb overleefd dat ik dat nu ook kan.

Ik merk dat ik mezelf schrap zet, klaar voor het gevecht met mijn zintuigen dat steeds terugkeert als ik op een onbekende plek terecht kom. Met open vizier treed ik mijn eigen demonen tegemoet, nietsontziend, voor mijn veiligheid en die van de kinderen, mijn zelfstandigheid en mijn gemoedsrust. Gebutst en gehavend kom ik uit de strijd, steeds weer overeind krabbelend, dat heb ik al zo vaak ervaren.
Vandaag bewaar ik mijn kalmte en ik verhoog mentaal mijn tolerantiegrens voor de verwachte frustraties, overprikkeling en crashes in mijn hoofd door alle geheugentests die mijn hersenen moeten doorstaan.
Mijn nachtblindheid speelt mij parten, evenals mijn gezichtsveld dat maar kleine fragmenten kan doen oplichten in de duisternis en mijn ori├źntatie die door mijn slechthorendheid ronduit pet is. Vakantie voelt de eerste dagen nooit als vakantie.

En toch, dit keer merk ik dat het anders is. Het is al eerder vakantie dan in voorgaande jaren. Op dag 2 voelt het al als vakantie, waar het eerder op dag 5 was, als het alweer bijna tijd is om naar huis te gaan. Het is stil in mijn hoofd, ik heb geen negatieve gedachten over botsingen en ongelukjes die ik onverhoopt toch maak in de donkerbruine soep waarin ik mij voortbeweeg. Ik heb niet gehuild of getierd, dus oververmoeid voel ik me ook niet, niet zoals voorheen. Ook verlangde ik niet direct naar mijn routines thuis, naar de lichtknoppen die je zomaar aan kunt knippen en de waterkoker die in luttele minuten het water voor de thee opwarmt.

Wat maakt het deze vakantie anders? Onbetwist zijn de kinderen ouder en zelfstandiger. Ik hoef ze niet meer achterna te lopen en me af te vragen of ze nieuwe fratsen uithalen die mijn ouderhart op hol doen slaan. Ik hoef echt niet meer elke minuut te weten waar ze uithangen. Ik ben alert maar niet overalert. De jongste is nu vijfeneenhalf, en ik voel dat ik me meer kan ontspannen in het ouderschap. Ik laat hen rauzen in het speelbos achter de tent of ze gaan zelf naar de boer om de kalfjes een fles te geven. Ik geef hen meer verantwoordelijkheid, laat hen zelf voer halen voor onze zorgkonijn en ze mogen zelf douchen. Ik lijk me minder druk te maken over onze sloddervossen, en belhamels die niet altijd even goed luisteren. Ik heb zelfs tijd en puf over om de thriller *Ik reis alleen* te lezen die twee jaar geleden ook met mij mee op vakantie was en ongelezen terugkwam.
Mentaal heb ik nu meer energie over om de vakantie te overleven. Nu is het een kwestie van diep ademhalen, mezelf focussen op het maken van een plattegrond in mijn hoofd, mijn neus dichtknijpen en mezelf met een plons in de bruine soep van de Boerenbedtent laten vallen. Een eerste nachtelijk bezoek aan de WC zonder lamp, zelf een blok hout op het vuur in de houtkachel doen, limonade inschenken of een potje Uno met de kinderen bij kaarslicht vier ik met een rondedansje, in mijn hoofd natuurlijk, niet in het echt, mijn benen zijn al blauw genoeg.
Ook merk ik dat ik beter kan loslaten. Ik veeg de boel aan in de tent, *who cares* als ik een hoopje zand laat liggen? We zijn aan het kamperen! Ik ruim de living op, al vermijd ik de kinderkamers waar de kledingtassen er vermoedelijk ontploft bij staan. De kinderen zoeken zelf wel weer een setje bij elkaar. En twee uur lang pannenkoeken bakken op een houtvuurtje was zelfs meditatief voor me. Tussendoor kun je niets anders dan de pannenkoek gaar kijken, even een fotootje ervan op Facebook posten, jawel, en weer nieuw beslag in de pan gieten. Zo voelt het toch als vakantie.

Reacties