Ik ben haar voorland en dat weet ze nu – deel 2

Het is tijd, schreef ik in mijn vorige blog, dat mijn dochter Jente haar diagnose krijgt te horen. Ik ben haar voorland, en ik voel dat ze het diep van binnen weet. Ze heeft alleen de woorden niet om haar zorg en vrees uit te spreken dat ze net als haar moeder blind wordt.

Mijn man en ik hebben besloten dat ik degene ben die het haar zal vertellen. Als geen ander snap ik het verdriet wat ze te verstouwen krijgt. Alleen hoe moet ik beginnen? Een hulpverlener van Kentalis vertelde mij ooit in een interview over doofblindheid: ‘Als je besluit het te vertellen, sluit dan aan bij de belevingswereld van je kind. Vertel niet te veel, en wacht op de vragen die zullen komen.’
En hij zei vervolgens nog iets: ‘En vertel het pas, als je zelf als ouder zo ver bent om je kind te begeleiden. Kun je nog elk moment om de diagnose in tranen uitbarsten? Wacht dan nog even tot je sterker bent.’

Als ouder gun je je kind een zorgeloze jeugd, zonder een donkere wolk boven het hoofd. De toekomst is al heftig genoeg, alleen de vraag is hoe lang je het jezelf kunt veroorloven om te wachten. Familieleden kunnen hun mond voorbijpraten, een oudere broer of zus die al op de hoogte is of de juf op school.

Als ouder zul je het juiste moment moeten vinden en willen voorkomen dat een ander het op een manier vertelt wat je nooit voor je kind hebt gewild.
In ons geval ligt het anders: Jente ziet mij met hoortoestellen, weet dat ik nachtblind ben, nog even en ze maakt zelf haar puzzel compleet. Dus als haar voorland heb ik geen keus.

De dagen glijden voorbij, nooit zie ik een goed moment. Met de pannen op tafel lijkt me niet het uitgelezen moment. Terug van school bij de limonade en de koekjes, doodmoe van een schooldag in een klas met 30 kinderen. Geen optie. En de lading van dit geheim is mij te groot om het een op een aan Jente te vertellen. Te serieus voor een kind van 5.

Dan, op een dinsdagavond, ben ik mijn jongste 3 kinderen aan het voorlezen uit het Gouden Boekje van Ariëlla de zeemeermin. Jente gaat helemaal op in het sprookje, waarin Ariëlla de prins van haar dromen trouwt. Dat hoop ik ook voor haar, ondanks die wolk die op uitbarsten staat. Ik kijk naar haar gezichtje en besef: dit is het moment. De woorden heb ik nog niet, ik moet gewoon beginnen, met een openingszin.

‘Jente?’ Drie gezichtjes staren me verwachtingsvol aan.
‘Weet je dat oma net als wij hoortoestellen draagt?’
Jente kijkt verrast op: ‘Ja, die heb ik gezien.’
‘En weet jij dat oma net als mama nachtblind is?’
Jente reageert enthousiast: ‘Oh, echt waar? Ik ook, want weet je nog op de camping, toen ik die avond helemaal niets zag?’
Je was er erg van geschrokken,’ help ik haar herinneren. En Jente vertelt haar hele verhaal, hoe donker het was, en hoe bang ze was, dat ze niets meer zag. Ik haal diep adem en zeg dan achteraf gezien die vier magische woorden: 
‘Eigenlijk hebben we hetzelfde.’

Jente veert direct op, en slaat haar armen om mijn nek. 
‘Mama, je bent de liefste mama van de hele wereld.’ Ze klemt haar armen nog vaster en ik ben perplex. Ik dacht bij mezelf: en ik vertel je het ergste wat ik ooit heb moeten doen. Een relatie verbreken, iemand teleurstellen in een vriendschap of iemand onbedoeld of bewust kwetsen, dat heb ik zeker gedaan. Dit alles valt in het niet bij de moeilijkste boodschap die ik ooit heb moeten vertellen.

Ik voel alle spanning uit het stevige lijfje van mijn dochter glijden. Jentes broertje en zusje zijn wat stilletjes, ze lijken best te begrijpen wat hier zojuist is gebeurd. Het is een aardverschuiving, waarbij alles van zijn plek is geschoven en weer terug is gezet. Alsof er niets gebeurd is. Alleen het geheim wat 5 jaar lang in ons gezin rondspookte is verdwenen.

De volgende avond zitten we aan het avondeten met het hele gezin. Ik begin te twijfelen of mijn boodschap wel tot Jente is doorgedrongen. Klopte die omhelzing van gisteravond wel? En dan rijst Jentes stem op uit het gezinsklets:
‘Later als ik groot ben, dan wil ik ook zo’n hond.’
En ze wijst naar de foto van mijn oude geleidehond Carlijn. Mijn man en ik kijken elkaar boven de borden aan. Onze dochter weet het dondersgoed, ze weet zoveel meer dan wij denken. De tijd mag haar werk gaan doen.

– Wordt vervolgd met deel 3 –

Reacties