Een vakantie in fragmenten

Leestijd: 3 min
Publicatie: Raakvlak, Oogvereniging | Doofblinden, augustus 2017

In mijn vakantie liep ik op een ochtend  terug van de douche op de camping met mijn handdoek over mijn schouder. De douche was verrukkelijk geweest, even 10 minuutjes de warme stralen over mijn lijf laten lopen en geen gekwetter aan mijn oren. Ik had wel wat langer onder die douche willen staan, mezelf onderdompelend in de warmte, de stilte en het suizen van de waterstralen.

In de verte zag ik onze camper al staan, die we voor de bruiloft van mijn broer in Oostenrijk hadden gehuurd. We maakten een rondreis door Tirol en de dag ervoor had de camper de oversteek van Grossglockner bergpas bij Zell Am See doorstaan. Vanaf de gletsjer waren we afgedaald en op de bonnefooi neergestreken op deze boerencamping.
Ik zag op het veldje de camper met een half deurtje openstaan, de afwas stond al schoon op tafel, ik zag een man in een campingstoel en vier kinderen erom heen dwarrelen. Van een afstand zag het tafereel eruit als een idyllisch gezin dat in werkelijkheid een harmonieus intermezzo had.

Als in een dissociatie zag ik mijn gezin in de verte, alsof ik er los van stond. Ik besefte dat ik bij dit gezin hoorde en zei tegen mezelf dat ik de vrouw ben van deze man en de moeder van deze vier kinderen. Zij zijn mijn familie die daar vakantie aan het vieren zijn.
Ik voelde me een slechte moeder, omdat ik mezelf op dat moment niet verbonden voelde met mijn gezin. In dat ene moment was mijn beeld van mezelf als een goede moeder verpulverd. Ik die probeerde het gezin met hard werken bij elkaar te houden en hen het beste van mezelf te geven. Schokkend vond ik het.

Een paar maanden later had ik opnieuw een dissociatie-ervaring op de camino naar Santiago de Compostela. Met Camino Anders Bekeken wandelde ik met andere slechtzienden de laatste 200 kilometer van de pelgrimsroute en die dag beklom ik met mijn buddy een stenen trap uit de Romeinse tijd. De treden waren ongelijkmatig opgebouwd met keien van verschillend formaat. Met mijn gezichtsveld ter grootte van een rietje kon ik slechts een trede per stap overzien. Ik hoorde alleen de aanwijzingen van mijn buddy en mijn eigen gehijg bij de klim.

Even hield ik stil, keek om mij heen en zag beneden mij twee medereizigers uit mijn groep lopen en ik dacht: ‘Dat zijn pelgrims.’ Het was alsof er een Romein uit de bosjes was gesprongen en mij met zijn zwaard een harde klap verkocht. Als zij pelgrims zijn, dan moet ik ook een pelgrim zijn. Net als toen op de camping: dat is een gezin, o, en daar ben ik moeder van.

Ik realiseer me nu dat mijn gezichtsveld zo klein is dat ik gewend ben mijn wereld in fragmenten waar te nemen. Ik zie mijn wereld in stukjes en ben voortdurend aan het werk om met mijn restvisus en restgehoor alle informatiestukjes in elkaar te puzzelen. Vervolgens moet ik de informatie beoordelen naar haar waarde en beslissingen nemen of en hoe ik het beste kan handelen. Mijn hersens maken overuren om te compenseren voor wat ik mis aan informatie, zicht en gehoor. Ik besef dat de oorzaak voor mijn dissociatie-ervaringen in mijn overleven met mijn veranderde waarneming door mijn doofblindheid zit.

Daar in de camper of op de camino, op vakantie maar ook thuis, was ik als doofblinde vrouw puur aan het overleven. Ik nam in die jaren geen tijd om stil te staan bij het grotere plaatje, hoe ik leefde en van welke constellaties ik deel uit maakte.
Wat ik op de camping deed was een negatief oordeel vellen over mijn dissociatie-ervaring, waardoor ik me slecht ging voelen over mezelf. Het was onnodig om mezelf als moeder en vrouw zo hard af te vallen en negatief over mijn eigen rol en aandeel in mijn gezin te denken.

Nu ik begrijp waar mijn dissociatie-ervaringen vandaan komen kan ik met meer liefde naar mezelf kijken, naar mijn omstandigheden en mijn aandeel aan mijn gezin of groep waar ik deel van uit maak. Ik leer dat ik veel meer de tijd moet nemen om bij mijn leven stil te staan, te voelen wie ik ben, waar ik ben en hoe ik mezelf kan en wil zien. Ik heb meer tijd nodig dan een ander om mijn leven te laten bezinken. Als ik de tijd neem zal ik meer gaan leven in plaats van overleven, en ik denk dat ik maar wat vaker een lange warme douche neem.

Reacties